CST-Almere

  
Frederiek Goldewijk
T. 06 - 30585350
E. info@cst-almere.nl
Rietmeent 190
1357 CT Almere
Routeplanner

therapeut.png


HUILBABY'S
Tijdens de geboorte komt er een aanzienlijke druk op de schedel te staan. De schedel van de baby is nog flexibel zodat de schedelbotten een stukje over elkaar kunnen schuiven. De fontanellen en de overgang van schedelbasis naar de eerste nekwervel hebben hierin een sleutelpositie.
 
Soms kan deze flexibiliteit tot problemen leiden, b.v. bij langdurige, gecompliceerde of juist erg snelle bevallingen. De overlapping van een aantal schedelbotten wordt van binnenuit onvoldoende gecorrigeerd. Er ontstaat dan een grote spanning binnen de schedel of bij de overgang van de schedel naar de wervelkolom. Soms zien we ook een asymmetrie tussen rechts en links.

Dit heeft tot gevolg dat de normale (fysiologische) bewegingen van de schedelbotten niet meer optimaal zijn. Er kan druk ontstaan op de uittredende zenuwen, hetgeen tot een overprikkeling van diverse lichaamssystemen kan leiden (o.a. de spijsvertering waardoor buikkrampjes kunnen ontstaan). De baby zit zichtbaar niet lekker in zijn/haar velletje en kan dit uiten door vaak en langdurig te huilen en/of onvoldoende te kunnen slapen. Als de oorzaak van het vele huilen en de onrust in het craniosacrale systeem is gelegen, kan er vaak met enkele behandelingen al ontspanning tot stand gebracht worden.
 
KEIZERSNEDE BABY’S
Geboren worden via een keizersnede kan ingrijpender voor een baby zijn dan we ons zo voorstellen. De vloeistofdruk in de baarmoeder is een stuk hoger dan erbuiten. Bij een keizersnede valt deze druk vaak vrij abrupt weg.
Keizersnede baby’s hebben gemiddeld een lagere Apgarscore, meer ademhalingsproblemen en meer afwijkende neurologische bevindingen. Zij hebben vaker last van middenoorontstekingen en andere problemen gedurende hun kindertijd. Het geboorteproces is abrupter en potentieel méér angst oproepend dan bij een normale bevalling. De baby’s zijn over het algemeen minder alert vlak na de geboorte en het natuurlijke bindingsproces met de moeder ondervindt meestal vertraging vanwege medisch noodzakelijke handelingen bij moeder en/of kind.

MIDDENOORONTSTEKINGEN BIJ BABY’S EN KINDEREN
Bij steeds terugkerende middenoorontstekingen blijken vaak de schedelbeenderen rondom het oor te weinig bewegingsvrijheid te hebben. De belemmering wordt veroorzaakt door spanningen in de hersenvliezen die vastgehecht zijn aan de binnenzijde van de schedelbeenderen. Deze hersenvliezen spelen een belangrijke rol bij de afvoer van hersenvocht. Als deze afvoer onvoldoende kan plaatsvinden, ontstaat er een teveel aan vloeistof in de holtes (sinussen) van de hersenen. Omdat de weefsels in de schedel van de baby nog vrij zacht zijn, kan deze vloeistof een druk veroorzaken die ook de gehoorgangen en de buis van Eustachius vernauwt. Dit kan vervolgens leiden tot het ontstaan van middenoorontsteking.

HOE ZIET EEN BEHANDELING ER UIT?
Baby’s kunnen al meteen vanaf de geboorte behandeld worden, doordat de behandeling gepaard  gaat met zeer zachte technieken. Het merendeel van de baby’s is tussen de zes en twaalf weken oud.
 
Voordat de behandeling start wordt er eerst een uitgebreide intake gedaan die de gehele zwangerschap tot en met de bevalling omvat en de baby wordt van top tot teen bekeken. Er wordt alle tijd genomen om het verhaal van de ouders aan te horen. Ook wordt de interactie tussen ouders en kind geobserveerd. Bij de geringste aanwijzing voor contra-indicaties of red flags worden de ouders (terug-) verwezen naar de huisarts. Een craniosacraal therapeut behandelt in principe alleen lichamelijk gezonde zuigelingen en kinderen en verricht geen medische onderzoeken en stelt geen medische diagnosen. Behandeling van baby’s gebeurt vaak na verwijzing van de consultatiebureauarts, huisarts of kinderfysiotherapeut, maar ouders kunnen ook zonder verwijzing contact opnemen.
 
Het kind ligt gekleed op een behandeltafel of zit bij een van de ouders of de therapeut op schoot. De therapeut onderzoekt het craniosacraal ritme en de mobiliteit van de schedelbeenderen en –vliezen.
Met zachte hand probeert zij vervolgens de belemmeringen vrij te maken en de spanning weg te laten vloeien. Het komt voor dat er emoties loskomen of dat een kind begint te huilen. De behandeling op zichzelf is niet pijnlijk, maar kan wel de herinnering oproepen aan lichamelijke en/of emotionele pijn die het kind eerder beleefd heeft. Het kunnen uiten daarvan draagt bij tot verwerking en herstel.
In de meeste gevallen zijn 1 tot 4 behandelingen nodig om het gewenste resultaat te bereiken.


 WANNEER IS HET ZINVOL OM CRANIOSACRAAL THERAPIE TE OVERWEGEN
Bij een baby
  • extreem veel huilen
  • voorkeurshouding
  • moeilijk slapen
  • darmproblemen
  • snel geïrriteerd/overprikkeld zijn
  • moeilijk rust kunnen vinden
  • problemen met zuigen of wanneer een baby constant wil zuigen
  • overstrekken
  • als het kind niet geknuffeld of aangehaald wil worden
Bij een ouder kind
  • steeds terugkerende middenoorontstekingen
  • hoofdbonken
  • constant wiegen
  • wanneer een kind steeds aan zijn/haar oren of haren trekt
  • overgevoeligheid van het hoofd, het kind houdt er niet van als zijn hoofd aangeraakt wordt
  • hoofdpijnen
  • kaakpijn bij het dragen van een beugel
  • spraakproblemen
  • leer- en concentratieproblemen
  • ondersteuning na een ingrijpende gebeurtenis (scheiding, overlijden)
  • ondersteuning na een operatie
  • na een fysiek trauma (val of ongeluk)
  • enz.